milieulabels

Milieulabels voor bouwproducten


Greenwashing is schering en inslag. 


Om de door de fabrikanten/verdelers gemaakte claims te beoordelen kunnen we ons baseren op de op de levenscyclusanalyse (van de ontginning van de grondstoffen, over het transport en het gebruik tot de end of life van het product) berekende milieu-impact of kunnen we ons baseren op onafhankelijke labels.




Vrijwillige milieuverklaringen voor bouwmaterialen.


Deze milieuverklaringen geven informatie over het globale milieuprofiel of één of meerdere specifieke milieuaspecten die verbonden zijn aan een materiaal of dienst. Volgens de norm NBN EN ISO 14020 ( Milieu-etiketteringen en -verklaringen - Algemene principes)  moet de milieuverklaring nauwkeurige, verifieerbae, relevante en niet misleidende informatie bevatten.




Type I-milieuverklaringen


Milieulabels, kunnen op vrijwillige basis toegekend worden door een derde partij  (publieke instanties of private, niet-commerciële organisaties). De labels identificeren de materialen die een kleinere impact hebben op het leefmilieu in vergelijking met andere materialen binnen
eenzelfde productcategorie.


De externe controle is het belangrijkste voordeel van dergelijke labels. Dat er niet voor alle productcategoriën labels bestaan en dat niet alle fabrikanten de moeite doen om labels te behalen (het vrijwillig karakter) zijn de belangrijkste zwakheden van de labels.


Deze milieulabels zijn  gebaseerd op een reeks van vaste criteria die betrekking hebben op zowel specifieke ecologische aspecten als op technische aspecten en op gezondheidsaspecten. Milieulabels geven ook geen rangschikking van materialen weer, ze zeggen enkel dat
het betrokken materiaal voldoet aan criteria.


De milieuprestaties van materialen die hetzelfde label dragen zijn moeilijk met elkaar te vergelijken. De milieuprestaties van materialen die verschillende labels dragen is helemaal onmogelijk. De criteria, de eisen, de methodologieën  en de productgroepen waarop ze van toepassing zijn verschillen van label tot label. Het ene label stelt dus meer of minder eisen of neemt meer of minder aspecten in rekening dan het andere label.


De criteria houden rekening met de volledige levenscyclus van het beschouwde materiaal en worden per productcategorie vastgelegd door de instantie of door de organisatie die het label toekent.


Om aan te tonen dat het materiaal inderdaad voldoet aan de criteria van de uitreikende organisatie doen deze vaak beroep op een levenscyclusanalyse (LCA).


LCA - levenscyclusanalyse


Een geringe impact van het bouwmateriaal op het leefmilieu tijdens zijn volledige levenscyclus één van de voorwaarden voor duurzame bouwmaterialen.


Een veelgebruikte methode om de milieu-impact te bepalen is de levenscyclusanalyse.


In het algemeen kunnen we stellen dat een LCA rekening houdt met milieu-impact tijdens de productiefase, de bouwfase, de gebruiksfase en de levenseindefase.


  • productiefase


      inclusief de ontginning, de verwerking en het transport van de benodigde grondstoffen en energie


  • de bouwfase


     de installatie op werf, inclusief het transport van de fabriek tot op de werf


  • de gebruiksfase


     energie- en waterverbruik, schoonmaak, onderhoud, herstellingen en vervangingen


  • de levenseindefase


     uit de sloop en de ontmanteling enerzijds en de finale afvalverwerking (hergebruik, recyclage, storten of verbranden),  inclusief het transport           vanaf de werf en het sorteren



De belangrijkse milieulabels zijn:



  • Het Europees Ecolabel
  • NaturePlus
  • Cradle to Cradle
  • Der Blauwe Engel
  • Nordic Swan
  • FSC
  • PEFC
  • Dubokeur



milieulabel Dubokeur

afbeelding www.nibe.info

De NIBE Milieuclassificaties onderscheidt zeven milieuklassen om verschillende producten onderling met elkaar te vergelijken. Het product met de laagste milieuimpact is 1a - klasse 1 'beste keuze' en sub-klasse a.


Om de milieuklasse van de andere producten binnen dezelfde productgroep te bepalen, worden de schaduwkosten van deze andere bouwproducten geclassificeerd en gerelateerd aan 1a. Op deze manier kan op basis van de schaduwkosten voor alle bouwproducten een milieuklasse bepaald worden.


tekst www.nibe.info

Cradle To Cradle is een label voor herbruikbare producten, opgericht in 2010. Het label kan worden teruggevonden op een zeer breed gamma van producten en materialen, waaronder textiel en bouwmaterialen. Het kan niet teruggevonden worden op voedingsproducten.


Het label garandeert goede omstandigheden voor materiaalgebruik, energie, water en arbeid.


Het label werkt met progressieve criteria op vijf verschillende niveaus: “basic”, “bronze”, “silver”, “gold” en “platina”. Afhankelijk van het aantal criteria waaraan een product voldoet, krijgt het een hoger niveau.


bron www.labelinfo.be


Natureplus is een internationaal label voor milieuvriendelijke en gezonde bouwmaterialen uit natuurlijke grondstoffen. Het gaat daarbij over bekende en veel toegepaste materialen zoals baksteen, dakpannen, kalkzandsteen, minerale verven of hout. En ook over minder bekende natuurmaterialen zoals isolatiematerialen uit plantaardige of dierlijke materialen zoals vlas, hennep, schapenwol, houtvezel, verven uit plantaardige oliën…


De criteria om het label te behalen zijn streng. Enkel de best presterende materialen komen in aanmerking. Natureplus eist dat de milieubelasting van de materialen laag is én dat ze onschadelijk voor de gezondheid zijn:


    • De milieubelasting van de materialen berekenen aan de hand van een LCA (levenscyclusanalyse), waarbij verschillende vormen van milieubelasting in elke fase van de ‘levenscyclus’ bekeken wordt: 


              van bij de winning van de grondstof, over de productie, het transport en het gebruik, tot in de afvalfase.


    • Op vlak van gezondheid testen we het materiaal in een labo, om na te meten of er ongezonde emissies uit het materiaal vrijkomen.

    Zowel voor de milieu- als de gezondheidsaspecten legt het label de strengste grenswaarden op.


    De hoofdzetel van natureplus bevindt zich in Neckargemünd, bij Heidelberg in Duitsland. Er is een netwerk van contactpersonen en afdelingen in Nederland, Luxemburg, Groot-Brittannië, Zwitserland, Oostenrijk, Italië. Voor België is EOS de vertegenwoordiger.


    bron www.vibe.be

    bron www.fsc.be

    FSC (Forest Stewardship Council) is een internationaal label voor duurzame bosbouw, opgericht in 1994. Het label is van toepassing op hout en afgeleide producten, waaronder heel wat papiertoepassingen.


    Een FSC-label garandeert dat een product afkomstig is uit verantwoord beheerde bossen, en/of gerecycleerd materiaal.


      bron www.labelinfo.be

      bron www.pefc.be

      PEFC is een internationaal label voor duurzame bosbouw, opgericht in 1999. Het label is van toepassing op op hout en papier.


      Het label garandeert dat het hout uit duurzaam beheerd bos afkomstig is. De vezels die gebruikt worden voor de productie van het papier, moeten afkomstig zijn uit duurzaam beheerde bossen of gerecycleerde vezels. Het label heeft twee varianten: PEFC en PEFC gerecycled.


      bron www.labelinfo.be

      Meer info over duurzaamheidslabels

      bron www.labelinfo.be 

      De databank voor duurzaamheidslabels en een gids voor iedereen die bewust wil kopen.


      Labels helpen je om duurzame keuzes te maken bij de aankoop van producten. Ze geven je in een oogopslag achterliggende informatie over de milieu-eisen, of de sociale omstandigheden waaronder het product is geproduceerd.


      Labelinfo, de online databank voor duurzaamheidslabels, helpt je om labels beter te begrijpen en correct te beoordelen. Sinds kort kan je terugvinden welke producten een label dragen. Deze uitbreiding is volop in ontwikkeling, dus je zal nog niet bij alle labels producten terugvinden.

      Type II-milieuverklaringen


      Deze  milieuverklaringen zijn afkomstig van de producent of van de verdeler van de materialen zelf. Deze eigenverklaringen worden niet gecontroleerd door een derder partij.


      De geloofwaardigeheid van deze eigenverklaringen is gering.




      TYPE III-milieuverklaringen, ook milieuproductverklaringen (EPD’S) genoemd


      De informatie wordt op vrijwillige basis aangeleverd door de producent of de verdeler van het bouwmateriaal. De informatie is voornamelijk gebaseerd op een LCA en wordt (meestal, doch niet altijd) geverificeerd door een derde partij.


      Daarnaast zijn EPD’s onderworpen worden beheerd door programma-operator die de gemeenschappelijke regels vastleggen voor de uit te voeren levenscyclusanalyse, en ook de minimumvereisten opstelt voor de presentatie en de interpretatie van de resultaten.


      De meeste programma-operatoren zijn nationale instellingen waardoor de bestaande systemen vaak een nationaal karakter hebben. De gestelde eisen verschillen dus van land tot land.


      Koninklijk Besluit tot vaststelling van de minimumeisen voor het aanbrengen van milieuboodschappen op bouwproducten (publicatie 22 mei 2014)


      Sinds 1 januari 2015 is iedere fabrikant due een milieuboodschap wil aanbrengen op zijn bouwmateriaal verplicht om eerst een levenscyclusanalyse uit te voeren en de resultaten te registreren in een federale EPD-databank.


      De aangebrachte milieuboodschappen moeten opgesteld worden in overeenstemming met de NBN EN ISO 1402


      Type III-milieuverklaringen zijn voor iedereen consulteerbaar in de Belgische EPD-databank